Vanochtend kwam ik beneden en ik wist het direct. Hier klopt iets niet. Een van Spookys slaapplekken lag midden in de kamer. Nadere inspectie leverde mij een enorme hoeveelheid plukken haar op. Hmm. Volgens Benno waren dit niet Spooky’s haren. Oke, dat betekent dat er dus nog een beest in huis is met Spooky-achtige haren.
Gelukkig heb ik ’s ochtends een bepaald ochtendritueel. Ik wordt wakker, ga naar beneden zet de computer aan en schuif de schuifpui open. Dat was mijn redding vanochtend van een mogelijk trauma. Terwijl ik over de benedenverdieping liep, op zoek naar “het” zag ik in de eetkamer iets donkers met rood liggen. Het was groot, absoluut groter dan een muis en ik wist dat ik niet wilde zien.
Oh, wat ben ik blij dat er mannen zijn op deze aarde en dat een van die stoere mannen mijn man mag zijn. Benno trok ik bijna uit de badkamer met het “vriendelijke” verzoek te ontdekken wat “het” nu was. Het bleek volgens Benno een lief klein konijntje te zijn. Of in elk geval de restanten er van. Ik begreep nu waarom Spooky niet om brokken kwam vragen, haar buik was nog goed gevuld. Benno was zo lief om de sporen op te ruimen, terwijl ik bezig was Spooky weg te houden van de rampplek. Alles wat er achter bleef was een grote vlek in onze witte tapijt.
Onze kat is dus goed ingeburgerd en daar ben ik niet zo blij mee, maar toch vindt ik het een prestatie. Om met het konijntje binnen te komen moest Spooky bij 1,5 meter omhoog springen om bij het kattenluik te komen. Ik had gehoopt dat dit hoog genoeg was om het onmogelijk te maken haar prooien mee naar binnen te nemen. Niet dus. Nu maar weer haar nekband omgedaan, als er iets voorhangt, gaat de deur niet open. Tja het is dan wel geen andere kat waar we bang voor zijn, maar een konijntje in huis vind ik wel voldoende. En nu horen we weer de hele dag. “klik-klak”. Onze teiger.